Scarabaeus is het geslacht waartoe ook de heilige pillenkever (Scarabaeus sacer) behoort. De heilige pillenkever is een mestkeversoort. Mestkevers zijn niet alleen harde werkers, maar de heilige pillenkever, ook wel heilige scarabee genoemd, stond in het Oude Egypte ook symbool voor wederopstanding.
Mestkevers verzamelen mest van herbivoren, zoals paarden en kamelen, waarin nog veel onverteerde vezels zitten. Daar draaien ze mestballen van waar ze hun eieren in leggen. De mest doet dienst als reservevoedsel. Als twee kevers samen een balletje (of pil) rollen, dan zijn dit een mannetje en een vrouwtje. Het mannetje graaft dan de gang waarna het vrouwtje onder het zand een eitje legt. Eenmaal uitgekomen voedt de larve zich met de mest en verpopt ze zich tot jonge glanzende kever. Dit gedrag waarbij een oude kever zich ingraaft en een jonger exemplaar uit zijn graf deed oprijzen, zorgde ervoor dat de scarabee in het Oude Egypte werd aanbeden als symbool van dood en wederopstanding.
.
“In mijn visie is mest ook geen eindstation of probleem (dood) maar juist de bron of grondstof voor een nieuw product of cyclus (wederopstanding).”
Boeren die op eigen erf stro, mest of vezelgewassen verwerken tot biobased bouwmaterialen. Dat is het doel van de pilot die BioBuilder gestart is. In dit project wordt het prototype van de gerobotiseerde productie van biobased bouwmaterialen ontwikkeld en in de praktijk op het boerenerf getest. Op termijn moet deze methodiek de bouw verduurzamen door opschaling van de productie van biobased prefab elementen van verschillende boerenerven voor minimaal 2.000 woningen per jaar.
.
BioBuilder heeft in landbouwbedrijf GroeneWoudGas in Sint Oedenrode een goede partner gevonden voor de introductie van een eerste prototype van de productie installatie waarmee de biobased bouwelementen worden gemaakt. Met ondersteuning van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant (LIB) is in juni 2023 het pilotproject gestart. “Het doel van dit project is om te laten zien hoe boeren de verwaarding van stro, mest of vezelgewassen tot biobased bouwmateriaal kunnen realiseren op hun eigen erf”, zegt Rembert van Noort, medeoprichter en directeur van BioBuilder. “Dit doen we door een pilotinstallatie te bouwen bij GroenewoudGas waar we demonstreren hoe dit in de praktijk werkt”. Het pilotproject voorziet in het ontwerp, de bouw en het testen van het prototype van de productie installatie door BioBuilder. De laatste stap in het project is een praktijktest met verschillende biobased isolatiematerialen bij GroeneWoudGas.
Luchtfoto van het erf van GroeneWoudGas, waar het prototype van BioBuilder wordt geplaatst. (fotocredit: GroeneWoudGas)
.
Gerobotiseerd proces voor opschaling biobased bouw
De productie van BioBuilder gaat via een volautomatisch productieproces, ondergebracht in één of meerdere containers. Van de geproduceerde bouwmaterialen gaat BioBuilder prefab bouwelementen maken waarmee bouwbedrijven nieuwe biobased woningen kunnen realiseren. Door het productieproces op deze manier samen met boeren in te vullen ontstaat een gerobotiseerd, industrieel en schaalbaar proces. Hierdoor wordt het stapsgewijs opschalen van de productie van biobased materialen makkelijker en betaalbaarder. De planning is om in een aantal jaren door te groeien tot meerdere productiecontainers bij verschillende boeren, met een gezamenlijke capaciteit voor de productie van prefab bouwelementen voor minimaal 2.000 woningen per jaar.
Schematische weergave van de verbinding tussen bouw en landbouw door BioBuilder. Het pilotproject richt zich op het realiseren van het gerobotiseerde productieproces bij de boer.
.
Duurzaam verdienmodel voor bouw én landbouw
Door de bouw en de landbouw op deze manier te verbinden biedt BioBuilder de boeren een verdienmodel om stro, mest en vezelgewassen beter te verwaarden. Tegelijkertijd worden bouwbedrijven voorzien van de biobased bouwmaterialen die nodig zijn om de bouw te verduurzamen. De boeren telen (nieuwe) biobased grondstoffen of zetten hun restproducten, zoals stro of mest, in. De teelt van extensieve vezelgewassen, zoals miscanthus, draagt bij aan de vermindering van de stikstofuitstoot, wat zorgt voor het herstel van natuurgebieden en het mogelijk maken van bouwprojecten. Die bouwprojecten kunnen vervolgens met de geproduceerde biobased bouwmaterialen worden gerealiseerd. Zo biedt BioBuilder een circulaire oplossing voor het doorbreken van de stikstofimpasse.
.
Over BioBuilder
BioBuilder is een startup die biobased bouwen mogelijk maakt door bouw en landbouw te verbinden. Dit doet BioBuilder door het ontwikkelen en produceren van biobased prefab bouwelementen met inzet van nieuwe technologie. Het doel is om biobased wonen betaalbaar te maken én te werken aan een verdienmodel voor boeren en bouwers.
.
Over GroeneWoudGas
GroeneWoudGas is het bedrijf van agrarisch ondernemer Frank van Genugten. Dit bedrijf bestaat uit een akkerbouwtak en een vergistingsinstallatie die uit koemest energie (groengas), mestproducten (kunstmestvervangers, mestkorrels, veenvervangers) en bouwmateriaal (bouwplaten) produceert.
.
Over de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord – Brabant
De Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord – Brabant (Stuurgroep LIB) is een samenwerkingsverband van de Provincie Noord – Brabant en de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) met als doel gezamenlijk te werken aan een duurzame en vitale land- en tuinbouw die bijdraagt aan de kwaliteit van het platteland.
Startup BioBuilder, Bouwbedrijf Eric Kock en boer en biogasondernemer Frank van Genugten starten project BioBasedBouwen voor verduurzaming bouw en landbouw met mest als biobased isolatiemateriaal.
.
BioBuilder ziet organische mest als kansrijke grondstof voor een biobased isolatiemateriaal. “De mest krijgt een circulaire bestemming en de koolstof wordt langdurig vastgelegd. We kunnen daarmee de bouwsector helpen te versnellen en te verduurzamen. Dit doen we door mest te verwerken tot een hoogwaardig biobased isolatiemateriaal”, zegt Rembert van Noort, een van oprichters van BioBuilder.
.
Verbinding bouw met landbouw
BioBuilder verbindt de bouw met de landbouw. Beide sectoren hebben hun uitdagingen. Het verminderen van de uitstoot van stikstof en broeikasgassen staat bij beide sectoren centraal. Met hun oplossing kan BioBuilder beide sectoren én de maatschappij vooruit helpen.
.
De producenten van conventionele bouwmaterialen zoals beton, staal en minerale wol behoren tot de grootste uitstoters van CO2 en stikstof in Nederland. “Dit moet anders kunnen,” dachten de initiatiefnemers van BioBuilder. Door de mest snel uit de stal naar de vergister te brengen wordt het broeikasgas methaan verwerkt tot groen gas (biogas opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit) en tevens de uitstoot van stikstof gereduceerd. Door de dikke fractie die overblijft te verwerken tot biobased isolatiemateriaal wordt de resterende koolstof en stikstof gefixeerd.
.
Het resultaat is woningen bouwen waarin CO2 wordt vastgelegd in plaats van uitgestoten tijdens de bouw en bij de productie van bouwmaterialen. Dit is belangrijk om de klimaatdoelstellingen te halen en te voorkomen dat Nederland in een CO2-lockdown terecht komt.
.
Bouwprojecten liggen nu vaak stil vanwege de te hoge stikstofuitstoot in landbouw, industrie en verkeer. Door de verwerking van mest tot biobased isolatiemateriaal stoot deze geen stikstof meer uit. Voor de landbouw is deze toepassing van mest een innovatie die bijdraagt aan stikstofreductie zonder dat daar boeren voor weg hoeven. Daarnaast biedt de teelt van plantaardige biobased grondstoffen nieuwe kansen voor de landbouw.
.
“Binnen ons project gaan we kijken of we deze stikstofreductie meteen kunnen salderen met de stikstofuitstoot op de bouwplaats, zodat we de vergunningsverlening kunnen versnellen en zo sneller kunnen bouwen”, zegt Van Noort.
.
Van Kuijk vult aan: “BioBuilder richt zich met prefab elementen op het versnellen en verduurzamen van de woningbouw. We starten met het fabriceren van elementen met stro als isolatiemateriaal. De markt vraagt nu om biobased bouwmaterialen. Maar er zijn meer teelten die verder ontwikkeld kunnen worden voor biobased materialen. De landbouw wordt ook gestimuleerd tot meer productie van gewassen, geschikt voor het maken van bouwmaterialen. Wij voegen daar mest aan toe. We verwachten binnen 1 à 2 jaar met isolatiemateriaal op basis van mest te kunnen bouwen. De combinatie van prefab bouwen en mest als biobased isolatiemateriaal is nieuw in de markt. Ons streven is om biobased wonen betaalbaar te maken en het interessant te maken voor klimaatbewuste starters op de woningmarkt.”
Van koemest naar bouwmateriaal, dat is de verbinding van landbouw- naar bouwsector die BioBuilder wil gaan maken.
.
Mest als isolatiemateriaal
Koemest is vezelig van structuur en heeft daarom goede isolerende eigenschappen. Het product ruikt niet en is onherkenbaar als mest. Doordat de mest eerst wordt vergist en verhit, worden pathogenen afgedood. In het proces wat daarop volgt, wordt de mest behandeld en gedroogd. Hierdoor komt er geen geur meer vrij. Het isolatiemateriaal van mest wordt vervolgens in het prefab element aangebracht als vervanging van de gangbare minerale wol.
.
De toekomst van de bouwsector ligt volgens de projectdeelnemers in het zoveel mogelijk gebruiken van hernieuwbare materialen in de bouw. Bekende materialen zijn hout, stro en hennep. Minder bekende materialen bermgras, lisdodde en olifantengras, maar dus ook mest. Hierin wordt koolstof opgeslagen in tegenstelling tot conventionele bouwmaterialen zoals staal, beton en minerale wol. In het gezamenlijke project zullen naast mest ook andere biobased materialen onderzocht worden op prestatie en praktische toepasbaarheid in de bouw.
.
Het productieproces om isolatiemateriaal te maken uit mest is al uitgewerkt. De bewijsvoering over hoeveel koolstof precies wordt vastgelegd en wat de isolerende werking is, wordt met verschillende mestsoorten en andere biobased materialen getest binnen dit project. Ook wordt het materiaal getest op brandveiligheid en geur.
.
Samen werken aan oplossingen
In het project werkt BioBuilder samen met agrarisch ondernemer Frank van Genugten van Groenewoud Gas. Hij verzamelt koemest van 16 omliggende melkveehouderijbedrijven en vergist en verwerkt dit tot groen gas. “De dunne fractie van de mest wordt door Groenewoud Gas verwerkt tot een kunstmestvervanger. Wat overblijft is de zogenoemde dikke fractie, die geschikt is om te gebruiken als isolatiemateriaal”, legt Van Noort uit.
.
“We denken met de mest die Van Genugten verzamelt omgerekend 200 huizen per jaar te kunnen isoleren. De verbinding met de bouw wordt gemaakt met Bouwbedrijf Eric Kock die gespecialiseerd is in prefab bouw”, zegt Van Kuijk.
.
BioBuilder is een startup die recent is opgericht door Henk van Kuijk en Rembert van Noort. Van Kuijk is specialist in machinebouw en tevens de ontwikkelaar van Tigerstone, de mechanische bestratingsmachine techniek die volop in de wegenbouw wordt ingezet. Rembert van Noort is ondernemer in landbouw verduurzaming en specialist in mestverwaarding.
.
BioBuilder verwacht in 2023 een demo woning, in de vorm van een mobiel tiny house, te bouwen voor demonstratiedoeleinden. De missie van BioBuilder is: ‘biobased bouwen de standaard maken door verbinden bouw en landbouw’. Dit doet BioBuilder door het ontwikkelen en produceren van biobased prefab elementen. Doel is biobased wonen betaalbaar maken én werken aan een verdienmodel voor boeren.
Foto projectdeelnemers, v.l.n.r: Frank van Genugten, Martijn Kock, Henk van Kuijk, Eric Kock, Rembert van Noort. Op de achtergrond de dikke fractie uit de installatie van Groenewoud Gas, waar het eerste isolatiemateriaal uit mest mee gemaakt gaat worden.
Het project NL Next Level Mestverwaarden heeft onderzocht waar de beste oplossingen liggen voor een circulaire landbouw met hoogwaardige meststoffen en lage emissies van stikstof en broeikasgassen. De wetenschappelijke resultaten laten zien wat deze oplossingen ‘die op de plank liggen’ kunnen betekenen voor Nederland. NL Next Level Mestverwaarding heeft nu een filmpje uitgebracht waar dit belang wordt uitgelegd en praktisch wordt toegelicht.
De Nederlandse landbouw staat voor een aantal grote uitdagingen zoals: stikstofemissie en -depositie, waterkwaliteit, bodem, circulaire landbouw, en nog andere. In het filmpje wordt duidelijk hoe hard het nodig is dat we integraal aan deze thema’s werken, en hoe belangrijk het is dat we met open vizier naar de mogelijke oplossingen kunnen en willen kijken.
Het filmpje in dit artikel geeft precies weer wat mij dagelijks drijft in mijn werk: de overtuiging dat mestverwaarding kan bijdragen aan de oplossing van complexe onderwerpen zoals de uitstoot van ammoniak en methaan.
Leidt het verder verwaarden van dierlijke mest uiteindelijk tot een betere opbrengst in aardappelteelt? Wegen eventuele meeropbrengsten voor milieu en economie bij de aardappelteler hierbij op tegen de meerkosten van de raffinagestappen van de varkenshouder/mestverwerker? Wageningen Environmental Research, Universiteit Gent, ZLTO en Wageningen Food Safety Research onderzochten het milieu- en agronomische effect van verschillende biogebaseerde meststoffen (BBF’s) op de aardappelteelt in zandgrond. Ze werkten hierbij samen met Eco Energy (varkenshouderij, covergisting, digestaatverwerking), Van den Borne Aardappelen en VP-Hobe (techniek leverancier). Het onderzoek laat zien dat Renure meststoffen uit de varkenshouderij een prima alternatief zijn voor KAS en Kali-60 in de aardappelteelt.
.
Kringlopen sluiten door plantaardige en dierlijke sectoren aan elkaar te verbinden, daar draait het hier om. Vanuit mijn rol als belangenbehartiger bij ZLTO heb ik het zaadje geplant voor dit onderzoek door varkenshouderij en aardappelteelt aan elkaar te verbinden en als co-auteur bij te dragen aan deze studie.
.
Een minder geraffineerd product (vloeibare fractie van digestaat (LFD)), twee geraffineerde producten (ammoniumsulfaat (AS) en kaliumconcentraat (KC)), en minerale meststof (MF) worden in het onderzoek vergeleken door het uitvoeren van:
een stikstof (N) incubatie-experiment waarbij de N-afgiftesnelheid van de BBF’s wordt bepaald,
een broeikasgasemissie-experiment waarbij N2O-, CO2- en CH4-emissies na BBF-toepassing worden gemeten,
een potexperiment waarbij de vervangingswaarde voor nutriëntenmeststoffen (NFRV) van de BBF wordt berekend, en
een full-scale veldproef waarbij de aardappelkwaliteit en -kwantiteit en de resterende N-residuen in de bodem na de oogst worden beoordeeld.
De N-afgiftesnelheid en de Nutrient Fertiliser Replacement Value (NFRV) van AS (respectievelijk 142 ± 19% en 1,13) waren hoger in vergelijking met de LFD (113 ± 24% en 1,04) en MF (105 ± 16% en 1,00). (Zie ook fig.5 uit het artikel)
De laagste N2O-emissies werden waargenomen na toepassing van het minder geraffineerde product (0,02 ± 0,01 per 100 g N toegepast) en het hoogst voor MF-ureum (0,11 ± 0,02 per 100 g N toegepast). In de full-scale veldproef werd geen significant verschil in aardappelopbrengst waargenomen in de percelen die mest kregen in combinatie met BBF of MF.
.
Uit deze studie is gebleken dat alle drie de BBF’s veilig kunnen worden gebruikt als vervanger van minerale minerale meststoffen of drijfmest bij de teelt van aardappelen op zandgrond, hoewel er nog enkele praktische problemen in verband met de toepassing van BBF moeten worden opgelost. De milieuprestaties van de geraffineerde BBF’s AS en KC, waren, wat de N2O emissie betreft, iets slechter dan de minder verfijnde BBF LFD, terwijl agronomisch de gewasopbrengst iets beter was in het geval van AS. In combinatie met mest vertoonden de BBF’s AS en LFD echter geen significante verschillen in gewasopbrengst. De hypothese dat geraffineerde BBF’s milieutechnisch en landbouwkundig beter presteren in vergelijking met minder verfijnde BBF’s werd daarom verworpen. In vergelijking met MF hadden alle BBF’s lagere N2O emissies maar ook iets lagere gewasopbrengsten (behalve het veld dat alleen met AS werd behandeld). In het algemeen is de conclusie dat circulariteit in de landbouw gestimuleerd kan worden door:
de praktische problemen op te lossen die zich voordeden bij de toepassing van LFD,
ervoor te zorgen dat BBF’s op de lijst van RENURE-materialen komen te staan, zodat ze legaal de plaats kunnen innemen van minerale meststoffen, en
het terugdringen van het overschot aan drijfmest om het gebruik en eerlijke prijsstelling van BBF-producten te stimuleren.
.
Het hele artikel is te lezen en te downloaden via de linkonderaan.
.
Bron:
Hendriks, C.M.J.; Shrivastava, V.; Sigurnjak, I.; Lesschen, J.P.; Meers, E.; Noort, R.v.; Yang, Z.; Rietra, R.P.J.J. Replacing Mineral Fertilisers for Bio-Based Fertilisers in Potato Growing on Sandy Soil: A Case Study. Appl. Sci. 2022, 12, 341. https://doi.org/10.3390/app12010341
De warme sanering heeft ervoor gezorgd dat er 7% minder varkens zijn dan een aantal jaar terug. Door de stikstofcrisis zullen er vermoedelijk meer veehouderijbedrijven verdwijnen. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat er te weinig mestaanvoer is waardoor mestverwerkers niet meer op vollast kunnen draaien. Hoe kunnen mestverwerkers ervoor zorgen dat zij dan concurrerend blijven?
In de studio van Boerderij Uitgelicht leg ik uit waarom ik denk dat we in plaats van saneren om emissies te reduceren, juist meer mest moeten verwerken om emissies te reduceren!